Menu

Rondje Tiengemeten

…. of hoe een oproep om te gaan trainen uit de hand liep.

 

Een oproep onder de marathonroeiers om een trainingstocht van 35 km te houden, kreeg een onverwachte wending. Ronald stelde voor om deze trainingstocht te houden in de variant van een Rondje Voorne. Voor de nieuwe leden: dat is het Kanaal door Voorne af varen naar Hellevoetsluis, daar door de sluis het Haringvliet op in oostelijke richting tot aan het Spui en van daar via de Bernisse terug naar de loods, Inderdaad iets van 35 km en ook nog eens een leuke tocht. Maar omdat het Haringvliet niet het meest ideale roeiwater is, kan dat alleen bij heel goed weer met weinig wind. Ik had geen idee dat het Rondje Voorne in het weekend al mogelijk was. Tot André me vrijdagmiddag belde of ik zin had in een Rondje Tien Gemeten.

Die tocht begint ook bij het Kanaal door Voorne maar eenmaal op het Haringvliet vaar je voorbij het Spui. Een paar kilometer verderop ligt het eiland Tien Gemeten. De hele tocht zou 56 km zijn. Op zich is dat geen afstand waar een doorsnee marathonroeier zijn hand voor omdraait, maar alles bij elkaar 35 km roeien op het Haringvliet is toch wel iets meer. . Maar de weersverwachting voor die zondag zou ideaal zijn voor zo’n tocht. Dus snel een berichtje naar alle marathonroeiers gestuurd. Zelf moest ik het thuis nog even bespreken. Zaterdagochtend bleek dat Marjan zich al had aangemeld. Dat werd een dilemma. Om de tocht met een C3 te roeien was wel een extra uitdaging. De boot moet immers bij de dijk in het Kanaal en later ook bij de Bernisse overgedragen worden. Vooral bij de Bernisse waar je tweehonderd meter met een boot moet lopen is dat extra zwaar. Gelukkig hadden Marc en Quirien ook wel animo, zodat we met twee C2’s konden gaan.

Zondagochtend vroeg op: we zouden om zeven uur vertrekken, zodat we de eerste schutting in Hellevoetsluis konden halen. Dus om kwart voor zeven de boten naar buiten, drijflichamen en de bagage (een dag eten en drinken) erin en we konden vertrekken. Marc , Quirien en ik vertrokken als eerste van de steiger in het Kanaal, maar we werden al snel ingehaald door André, Marjan en na een kleine tien kilometer kwamen we bij de sluis aan. De andere boot had de sluiswachter over weten te halen nog even te wachten met het schutten tot wij er waren. Met twee roeiboten en een zeiljacht lagen we in de sluis. Toen bleek er nog een klein probleempje: Marc en Quirien hadden zich ingesteld op de korte versie: een Rondje Voorne. Gelukkig lukte het me om ze over te halen het grote rondje te varen. We zouden bij het Spui kijken hoe het ging en daar besluiten of we door zouden gaan. Het Haringvliet lag er schitterend bij. Het water was zo vlak als de Bernisse bij mooi weer. Midden op het Haringvliet werden we begeleid door een school vissen. Een stuk of veertig vissen zwommen half boven water met ons mee. Ik had moeten beloven dat we er een “pannenkoekvariant” van zouden maken: op het gemak roeien. En dat deden we dus ook. Er stond bijna geen wind en dus hadden we geen last van zeilboten. Tegen half een rondden we de oostpunt van Tien Gemeten. Bij het bezoekerscentrum halverwege het eiland hebben we even aangelegd. Daar troffen we de Aalscholver aan. Even een sanitaire stop en de flessen met water vullen en dan weer verder. Het eerste stuk op het Haringvliet was het aangenaam. Het kleine beetje wind zorgde voor wat afkoeling. Maar eenmaal tussen het eiland en de Hoekse Waard werd het een stuk warmer. Iets te warm om nog aangenaam te zijn. Op weg naar het Spui kwamen we langs een natuurgebied waar een vlucht van vijftien Lepelaars. Het grootste gedeelte van de tocht hadden we een snelheid van zo’n acht kilometer per uur. En nu maar hopen dat we op het Spui de stroom mee hadden. Maar helaas, je kunt niet alles hebben. Er stond een flinke stroom de verkeerde richting op. De stroom viel voor Spui­begrippen nog wel mee, maar om er tegenin te roeien was het toch iets meer dan waar we op gehoopt hadden. Van het Haringvliet tot de Bernisse is toch nog zo’n tien kilometer en dus een paar keer wisselen. En als je dan veertig kilometer in de benen hebt zitten, gaat het wisselen niet zo snel meer. Gevolg: de boot dreef steeds een stukje terug. De snelheid zakte terug tot tussen de vier en zes kilometer. Aangekomen bij de steiger vlakbij het gemaal moesten we een paar dagjesmensen storen, die op de steiger zaten te genieten van het mooie weer. Gelukkig vonden ze het geen probleem dat we even wilden passeren. Sterker we werden geholpen om de boot uit het water te halen. Dan in etappes naar de Bernisse: de riemen eerst, dan de bagage en tenslotte de boot. Als je dan tweehonderd meter moet lopen, dan is zo’n boot toch wel erg zwaar. Ook bij de Bernisse was de steiger bezet. Maar ook die mensen vonden het wel grappig en hielpen ons ook een handje om de boot in het water te leggen. De laatste tien kilometer lagen voor ons. Gelukkig werd er flink gespuid, waardoor we flink konden doorvaren. Even na half vier legden we vermoeid maar voldaan aan bij de loods. André, Marjan en Simon waren er nog en hielpen ons de boot uit het water te halen. Het was een schitterende ervaring, die zeker voor herhaling vatbaar is.

Iedereen, maar vooral Marc en Quirien, bedankt voor de geweldige dag!

Bert